Bel ons:

Het communicatieproces in schema, van zender tot ontvanger

Communicatiemodellen

In elk communicatieproces is sprake van een zender, een ontvanger en een boodschap. We bespreken een aantal communicatiemodellen die dat proces nader in kaart brengen.

Communicatie is een buitengewoon complex proces. Dat komt doordat het in vrijwel iedere menselijke interactie een rol speelt. Een heersende opvatting is zelfs dat het onmogelijk is voor mensen om niet te communiceren. 1 Als je mondelinge of schriftelijke communicatie wilt analyseren, kan het waardevol zijn het proces terug te brengen tot de fundamentele componenten waaruit het bestaat.

Het communicatieproces als model

Hoewel er meerdere perspectieven bestaan op het communicatieproces, kunnen we het over een aantal snel zaken eens worden. Allereerst vindt het proces altijd plaats tussen meerdere personen. Er moet ten minste sprake zijn van een zender en een ontvanger.

Daarnaast gaat de communicatie ergens over: de boodschap. Je kunt stellen dat je met deze elementen de kern van het proces te pakken hebt. Het is ook mogelijk te beargumenteren dat er pas sprake is van succesvolle communicatie als de ontvanger een signaal teruggeeft. Dit wordt feedback genoemd.

Verder zijn er drie aspecten van invloed op iedere situatie. De zender verpakt de boodschap op een bepaalde manier. Hij codeert de boodschap onder meer met de taal die hij spreekt, de non-verbale signalen die hij verstuurt en de context waar hij aan refereert. De ontvanger heeft de taak de boodschap te decoderen. Dat doet hij met zijn waarneming. Hij luistert naar de taal, interpreteert de non-verbale communicatie, probeert de context te begrijpen, enzovoorts.

Tot slot is het cruciaal om te beseffen dat er overal in het proces interne of externe ruis kan optreden. Dat zijn alle factoren die de communicatie verstoren. Externe ruis doet zich bijvoorbeeld voor als de telefoonverbinding slecht is, er een grote vrachtwagen langsrijdt of iemand onverwacht de ruimte komt binnenlopen. Interne ruis treedt op door de interne toestand van een van de communicatiepartners: de ontvanger denkt aan iets anders, de zender voelt zich niet lekker of heeft haast, et cetera.

Vier invloedrijke communicatiemodellen

De bovenstaande elementen vormen de basis van het communicatieproces. Er zijn echter nog veel meer modellen om dat proces in kaart te brengen. Hoewel ze fundamentele overeenkomsten vertonen, voegen ze ook allemaal een eigen perspectief toe aan de materie. Dat kan waardevolle inzichten geven als je de communicatie wilt analyseren. Daarom bespreken we hieronder vier invloedrijke communicatiemodellen: het Shannon-Weaver-model en de formule van Lasswell uit 1948, het communicatiemodel van Berlo uit 1960 en het Osgood-Schramm-model uit 1954.

Het Shannon-Weaver-model

In 1948 publiceren wiskundigen Claude Shannon en Warren Weaver een paper getiteld A Mathematical Theory of Communication. 2 Het communicatiemodel dat ze introduceren is bedoeld om technologische communicatie, zoals telefonie en telegrafie, te analyseren en verbeteren, maar blijkt ook toepasbaar op andere vormen van communicatie.

Shannon en Weaver beschrijven communicatie als een lineair proces met vijf hoofdcomponenten: de informatiebron, de zender, het kanaal, de ontvanger en de bestemming. De boodschap doorloopt dat volledige proces: de zender codeert de informatie, waarna de ontvanger haar decodeert voordat ze bij de bestemming aankomt. De boodschap kan door een ruisbron worden verstoord.

Om het model goed te begrijpen is het belangrijk te onthouden dat de auteurs het ontwikkeld hebben in de context van technologie. Als ze spreken over een zender en ontvanger, hebben ze het over apparaten waarmee je informatie kunt verzenden en ontvangen, terwijl ze met ruis daadwerkelijk op de verstoring van de verbinding doelen.

Het model van Lasswell

In hetzelfde jaar waarin Shannon en Weaver hun communicatiemodel introduceren, publiceert Harold Lasswell zijn eigen model. 3 In het artikel The Structure and Function of Communication in Society onderzoekt de politicoloog de effecten van mediapropaganda. Hij kiest voor een andere benadering: hij gebruikt het model niet zozeer om het proces te beschrijven, maar om de invloed en effectiviteit van communicatie te analyseren. Het model wordt daarom ook wel omschreven als Lasswells concept of de formule van Lasswell.

De formule gaat uit van een lineair eenrichtingsproces van zender naar ontvanger, zonder expliciete aandacht voor interactie of feedback. Dit sluit aan bij het doel van zijn onderzoek, aangezien Lasswell niet geïnteresseerd was in de communicatieve reactie op mediapropaganda. Het inzicht dat zijn formule toevoegt aan het communicatiemodel van Shannon-Weaver is dat communicatie altijd een effect heeft – en dat je haar bewust kunt toespitsen op dat effect.

Het model van Berlo

In 1960 publiceert communicatiespecialist David Berlo het boek The Process of Communication: An Introduction to Theory and Practice. 4 Het communicatiemodel dat hij daarin beschrijft bevat weer de traditiopnele elementen zender, boodschap, medium en ontvanger. Het wordt ook wel het SMCR-model genoemd (Sender, Message, Channel en Receiver) of in het ZBMO-model in het Nederlands.

Berlo’s model onderscheidt zich van de eerdere modellen door de aspecten die hij aan elke component toevoegt. Hij heeft namelijk oog voor de persoonlijke aspecten van de zender en ontvanger en voor de factoren die de codering en decodering van de boodschap beïnvloeden. Een cruciaal punt is dat volgens Berlo communicatie effectiever verloopt naarmate de zender en de ontvanger meer overeenkomsten vertonen op het vlak van communicatievaardigheden, houding, kennis, achtergrond en cultuur.

Het communicatiemodel van Osgood-Schramm

Het communicatiemodel van Osgood-Schramm wordt in 1954 geïntroduceerd door Wilbur Schramm in een artikel genaamd ‘How communication works’. 5 Dit model wordt over het algemeen beschouwd als een reactie op de modellen van Shannon-Weaver en van Lasswell. Volgens communicatiewetenschapper Schramm is communicatie namelijk een circulair proces waarbij zender en ontvanger voortdurend van rol wisselen. Ze zijn om de beurt bezig met coderen, interpreteren en decoderen van boodschappen.

Evenals zijn inspiratiebron, de psycholoog Charles Osgood, vindt Schramm bovendien dat betekenis niet alleen schuilgaat in de boodschap, maar ook in de context. Verder ziet de communicatiewetenschapper de codering en decodering van het signaal niet als een aparte fase in het proces. Volgens hem zijn dat interne processen van respectievelijk de zender en ontvanger.

Tot slot introduceert Schramm het concept van semantische ruis: dat treedt op wanneer de zender en ontvanger verschillende betekenissen toekennen aan dezelfde boodschap. Om die ruis tegen te gaan is het van belang dat ze hun gedeelde ervaringsveld zo groot mogelijk maken.

Communicatie: de modellen en het proces

Dat er in het communicatieproces sprake is van een zender, ontvanger en boodschap: daar is iedereen het wel over eens. Welke factoren nog meer van invloed zijn en welke rol die spelen, daarover lopen de meningen uiteen.

Als professional maakt het niet zoveel uit wie er gelijk heeft. Het gaat er vooral om dat je inziet hoe veelzijdig en gecompliceerd communicatie is. Zelfs in een praatje bij de koffieautomaat gaat een gelaagdheid schuil die je er doorgaans niet achter zoekt.

Gespreksvoering: basisvaardigheden en gespreksmodellen kopen?

Hoe verloopt jouw communicatieproces?

Kijk eens naar je eigen communicatie op de werkvloer. Verlopen je interacties met klanten, collega’s en leidinggevenden naar behoren? Of heb je soms moeite om het proces in goede banen te leiden? In beide gevallen is het leerzaam om te bepalen welke aspecten daarop van invloed zijn. Gebruik de hierboven besproken communicatiemodellen om je krachten en verbeterpunten helder voor ogen te krijgen. Dat zorgt ervoor dat je in de toekomst bewuster en waarschijnlijk effectiever je gesprekken voert.

Bronnen

  1. Watzlawick, P. (1974). De pragmatische aspecten van de menselijke communicatie. Deventer: Bohn Stafleu van Loghum. ↩︎
  2. Shannon, C. E. en Weaver, W. (1949). The Mathematical Theory of Communication. University of Illinois Press. ↩︎
  3. Lasswell, H. D. (1948). ‘The Structure and Function of Communication in Society’. In: The communication of ideas, p. 37-51. ↩︎
  4. Berlo, D. K. (1960). The Process of Communication: An Introduction to Theory and Practice. New York: Holt, Rinehart and Winston. ↩︎
  5. Schramm, W. (1954). ‘How communication works’. In: The Process and Effects of Mass Communication, p. 3-26. ↩︎

TAGS

Boost je spreekvaardigheid

Wij zijn De Gespreksacademie. Wij helpen jou als professional je gespreksvaardigheden verbeteren. Dat doen we in de vorm van training en coaching. Verder delen we kennis over alles wat te maken heeft met gespreksvoering.

Boost je spreekvaardigheid

Wij zijn De Gespreksacademie. Wij helpen jou als professional je gespreksvaardigheden verbeteren. Dat doen we in de vorm van training en coaching. Verder delen we kennis over alles wat te maken heeft met gespreksvoering.

×